Vacuümtechniek wordt onder meer toegepast om producten met zuignappen op te pakken en met een pick-and-place unit te verplaatsen. De vraag daarbij is en blijft hoe het vereiste vacuüm technisch en economisch het beste kan worden opgewekt: met een (centrale) vacuümpomp of met één of meer vacuümgeneratoren. Volgens Festo zorgt innovatie binnen de generatorenwereld voor een verschuiving richting decentraal.
Voor efficiënte toepassing van vacuümtechniek is veel kennis en ervaring nodig. De constructeur heeft te maken met de wetten van stromingsleer, porositeit, dynamica, massatraagheid, etc. Het probleem is dat men niet altijd precies kan uitrekenen wat er in de praktijk zal gebeuren. Daar komt bij dat een klant vaak wel weet wat hij wil, maar niet weet wat hij nodig heeft om dat te realiseren. Maar een systeembouwer moet daar niet blind op ingaan, maar eerst de applicatie analyseren. Wellicht zijn andere technieken beter geschikt.
Intelligente vacuümgeneratoren

Festo heeft een uitgebreid programma vacuümgeneratoren en zuignappen. De onderneming probeert de generatoren continu te verbeteren omdat deze met (dure) perslucht worden aangestuurd. De zogeheten OVEM generatoren hebben ingebouwde diagnostische functies maar ook een energiespaarfunctie.
Zodra het gewenste (instelbare) onderdrukniveau is bereikt, schakelt de generator af. Maar hij berekent ook de tijd om een bepaald onderdrukniveau te bereiken en slaat die op in het geheugen. Wordt bij twee van vijf cycli deze gemiddelde inschakeltijd overschreden, dan wordt een signaal gegenereerd. Ook de geplande levensduur van een zuignap (gemiddeld tussen een en twee jaar) kan men hiermee bewaken.
De uitdaging voor Festo ligt in het verenigen van de belangen van zowel de machinebouwer als de eindgebruiker. De machinebouwer wil een concurrerend geprijsde machine bouwen, terwijl de eindgebruiker een machine met de laagste TCO wil. Dat betekent vaak dat er ‘state of the art’ vacuümcomponenten moeten worden toegepast. Of dat een (centrale) vacuümpomp of vacuümgeneratoren worden, is een kwestie van rekenen en van de gewenste functionaliteit en snelheid. Ook de investering wordt in de vergelijking meegenomen.
Twee belangrijke factoren bepalen de diepte van het vacuüm dat met een ejector/generator kan worden opgewekt: de persluchtdruk en de interne diameter van de ‘nozzle’. Veel constructeurs zijn geneigd om ‘uit zekerheid’ voor een grotere diameter te kiezen, maar overdimensionering van vacuümgeneratoren vergt onnodig veel energie.
Het volledig artikel vindt u in het april-nummer van Aandrijftechniek.


