Motoren in industriële omgevingen worden steeds complexer en technischer. De uitdaging om ze optimaal te laten presteren groeit. Sigmastroom, operationele overbelasting, een verkeerde uitlijning en onbalans van de as zijn vier van de in totaal 12 veelvoorkomende oorzaken van motorstoringen die AANDRIJFTECHNIEK in een driedelige miniserie brengt.
Oorzaak 5:
Sigmastroom
Sigmastromen zijn in wezen zwerfstromen die in een systeem circuleren. De sigmastromen ontstaan als gevolg van de signaalfrequentie, het spanningsniveau, de capaciteit en de inductantie in geleiders. Deze circulerende stromen kunnen hun weg vinden door aardingssystemen. Ze veroorzaken hinderlijke uitschakelingen en in sommige gevallen oververhitting in wikkelingen. Sigmastroom kan worden gevonden in de motorbekabeling en is de som van de stroom van de drie fasen op een bepaald moment. In een perfecte situatie zou de som van de drie stromen gelijk zijn aan nul. Met andere woorden; de retourstroom van de regelaar zou gelijk zijn aan de stroom naar de regelaar. Sigmastroom kan ook begrepen worden als asymmetrische signalen in meerdere geleiders die stromen capacitief kunnen koppelen naar de aardgeleider.
Oorzaak 6:
Operationele overbelastingen

Motoroverbelasting treedt op wanneer een motor te zwaar wordt belast. De voornaamste symptomen die gepaard gaan met overbelasting zijn een overmatige stroomafname, onvoldoende koppel en oververhitting. Overmatige motorwarmte is een belangrijke oorzaak van motorstoringen. In het geval van een overbelaste motor kunnen individuele motoronderdelen zoals lagers, motorwikkelingen en andere componenten prima werken, maar de motor blijft heet draaien. Daarom is het zinvol om het opsporen van storingen te beginnen met het controleren op overbelasting van de motor. Omdat 30 procent van de motorstoringen wordt veroorzaakt door overbelasting, is het belangrijk om te weten hoe je overbelasting van de motor kunt meten en identificeren.
Oorzaak 7:
Verkeerde uitlijning

Verkeerde uitlijning ontstaat wanneer de aandrijfas van de motor niet in lijn is met de belasting of wanneer de component die de motor koppelt aan de belasting verkeerd is uitgelijnd. Veel professionals gaat ervan uit dat een flexibele koppeling uitlijnfouten elimineert of compenseert. Een flexibele koppeling beschermt de koppeling echter alleen tegen uitlijnfouten. Zelfs met een flexibele koppeling zal een verkeerd uitgelijnde as schadelijke cyclische krachten langs de as en in de motor overbrengen, wat tot overmatige slijtage van de motor leidt en de schijnbare mechanische belasting verhoogt. Bovendien kan een verkeerde uitlijning trillingen doorgeven aan zowel de belasting als de aandrijfas van de motor. Er zijn een paar soorten uitlijnfouten:
• hoekige uitlijning waarbij de middellijnen van de assen elkaar kruisen maar niet parallel zijn,
• parallelle uitlijningsfout waarbij de middellijnen van de assen evenwijdig maar niet concentrisch zijn,
• samengestelde uitlijningsfout, een combinatie van parallelle en hoekige uitlijningsfouten.
Bijna alle uitlijnfouten zijn samengestelde uitlijnfouten. In de praktijk wordt over uitlijnfouten gesproken als de twee afzonderlijke types omdat het gemakkelijker is om een uitlijnfout te corrigeren door de hoekige en parallelle componenten afzonderlijk aan te pakken.
Oorzaak 8:
Onbalans van de as

Onbalans is een toestand van een roterend onderdeel waarbij het massamiddelpunt niet op de rotatie-as ligt. Met andere woorden, er is een ‘zware plek’ ergens op de rotor. Hoewel je motoronbalans nooit kunt elimineren, kun je wel vaststellen wanneer het buiten het normale bereik ligt en actie ondernemen om het probleem te verhelpen. Onbalans kan door tal van factoren worden veroorzaakt, denk aan:
• vuilophoping,
• ontbrekende balansgewichten,
• fabricagefouten,
• ongelijke massa in motorwikkelingen en andere slijtage-gerelateerde factoren.


