De Vector terreinwagen is de nieuwste aanwinst voor het Korps Commandotroepen om in de huidige tijden maximaal flexibel en veilig inzetbaar te zijn. Ontwikkelaar en producent Defenture is vanaf scratch gestart met de ontwikkeling gebaseerd op een jarenlange ervaring in de rally-wereld. Het eindresultaat onderscheidt zich door diverse verrassende eigenschappen.
Met de kennis en ervaring vanuit de rally-wereld weet Defenture in Tiel als geen ander wat er nodig is om van A naar B te komen over ogenschijnlijk onbegaanbaar terrein. Voor Defensie lagen de eisen echter nog hoger omdat hier het uitgangspunt is: van A naar A komen. Iedereen weer veilig thuis.
Uitdagingen lagen er dan ook op het vlak van rijgedrag en wegligging, bestendigheid tegen klimatologische- en elektromagnetische omstandigheden, transporteerbaarheid, onderhoudbaarheid, ergonomie en bepantsering.
Pakket van eisen
Ten aanzien van de transporteerbaarheid was één van de voorwaarden dat het voertuig moest kunnen worden vervoerd met een Chinook (helikopter). Hetzij als interne belading, hetzij hangend eronder (underslung). Dit beperkte direct de breedte van de auto tot 1,80 m, de hoogte tot 1,87 m en het gewicht tot maximaal 4.500 kg (inclusief bepakking).

Verder is er specifieke aandacht besteed aan alle EMC-eigenschappen van het voertuig (of E3: Electromagnetic Environmental Effects). Dit betreft hoofdzakelijk het beperken van, en het beveiligen tegen stralingen die storend kunnen werken op apparatuur in het voertuig, eigen communicatiemiddelen of de omgeving.
Robuustheid en bescherming
In het kader van degelijkheid en bescherming is gebruik gemaakt van kwalitatief hoogwaardige materialen. Daarbij bestaan het chassis en de opbouw uit een corrosiebestendig materiaal terwijl veel niet dragende delen van lichtgewicht materialen – zoals aluminium en kunststof – zijn vervaardigd. Hoe lager het gewicht, hoe meer lading je immers mee kunt nemen. Tot slot is het voertuig volledig modulair te bepantseren (de basisuitvoering is ongepantserd).
Nog wezenlijker voor de veiligheid van de commando’s is het rijgedrag. Door tijdens het ontwerp de nadruk te leggen op een (zeer) goede terreinwaardigheid en snelheid, kan het voertuig ogenschijnlijk onbegaanbaar terrein doorkruisen en hiermee begane paden vermijden. Frans de Bruijn, CTO bij Defenture: “Het is heel simpel: de bermbommen liggen helaas niet in de berm maar vooral verscholen onder het beschikbare ‘wegdek’. Wil je deze vermijden, dan móet je offroad.”
Dynamisch rijgedrag
De basis voor het benodigde dynamisch rijgedrag ligt in de opbouw van het voertuig waardoor deze geschikt is om te rijden, te keren en te manoeuvreren in mul zand, modder (rivierbeddingen), sneeuw, grind, sporen en heuvels of bergen met een stijgingspercentage van meer dan 60%. En dit razendsnel.
Daarbij beschikt hij over een gegarandeerde rijstabiliteit tot onder een schuine hoek van 35° en een maximaal koppel van 500 Nm dat al bij 1.800 toeren beschikbaar is en tot ongeveer 2.600 toeren kan worden vastgehouden. De draaicirkel bedraagt 9 meter.
Vierwielbesturing
De basis wordt gevormd door een kokervormige roestvaststalen constructie waarbij de verschillende kabelbomen en hydrauliek leidingen door de ‘tunnel’ lopen. De wielbasis bedraagt 3,1 m waarmee de wielen zich praktisch op de uiterste hoeken bevinden en de bumpers de grond bij het klimmen en dalen niet kunnen raken.

Kenmerkend is verder de vierwielbesturing die elektro-hydraulisch door de hoek van de vooras wordt geregeld en door de bestuurder is in te schakelen. De vierwielbesturing zorgt ervoor dat de achterwielen meesturen tot een bijna identieke stuurhoek als de vooras. Een schakelbaar sperdifferentieel, in zowel de tussenbak als het voor- en achterdifferentieel geeft, hierbij de noodzakelijke tractie op alle vier de wielen die hierdoor permanent met elkaar zijn verbonden.
Multifuel dieselmotor
De aandrijving komt voor rekening van een 3,2 liter zescilinder multifuel dieselmotor van Steyr met een vermogen van 160 kW die draait op een verscheidenheid aan brandstoffen. Naast diesel is het onder ander mogelijk om op kerosine, biodiesel en diesel varianten met een hoog zwavelgehalte te rijden.
De overdracht van het koppel verloopt via de zestraps automatische versnellingsbak van ZF. Naast het feit dat hiermee de vereiste robuustheid in de aandrijflijn is ondergebracht, biedt de combinatie ook de minimaal zo belangrijke dynamiek en flexibiliteit.
Zo is de versnellingsbak in combinatie met de overige overbrengingen in de aandrijflijn zodanig geconfigureerd, dat bij zowel versnellen, vertragen als klimmen een goede respons wordt gerealiseerd. Hierdoor is het mogelijk om snelheden tot 95 km/h te realiseren in de lage versnelling.
Samenwerken en eigen ontwikkelingen
De Vector maakt gebruik van een beperkt aantal gemilitariseerd verkrijgbare componenten zoals de Steyr motor en de ZF-versnellingsbak. Verder is hij hoofdzakelijk opgebouwd componenten die speciaal voor het militaire aspect van het offroad voertuig zijn ontwikkeld.
Het koelsysteem is bijvoorbeeld afgestemd op het realiseren van voldoende koeling bij zeer lage snelheden en omgevingstemperaturen tot +49 °C. Verder is het brandstofsysteem dubbel uitgevoerd om in geval van lekkage over een back-up te beschikken.
Bandenspanning regelbaar
Andere bijzonderheden liggen in het remsysteem dat speciaal voor dit voertuig is ontwikkeld in samenwerking met Alcon. Verder zijn de banden rondom op 18 inch aluminium velgen geplaatst en voorzien van een massieve kunststof runflat-ring die als noodloopelement wordt ingezet. Hierdoor kan het voertuig bij kapotte banden in noodsituaties toch doorrijden. De bandenspanning is middels een beschikbare compressor af te stemmen op de specifieke terreinomstandigheden.
Tot slot benadrukt Defenture de toegepaste schokdempers die speciaal voor het voertuig zijn ontwikkeld door Reiger Suspension. Naast een goede wegligging bij het rijden over obstakels, oneffenheden of gaten, dragen de elementen bij aan een minimale verandering van de grondspeling bij een belading van 1200 kg.
Opleiding en onderhoud
In 2017 zijn de eerste Vectors door het KCT in gebruik genomen. Parallel hieraan werd op andere defensielocaties de laatste hand gelegd aan onder meer het trainings- en opleidingsprogramma in het kader van onderhoud.

Majoor Dennis van den Ende is normsteller Lichte Wielvoertuigen bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO) en is in deze rol verantwoordelijk voor de veiligheid, betrouwbaarheid, beschikbaarheid, onderhoudbaarheid en levensduurkosten van de Vector gedurende de instandhoudingsperiode.
“Bij de aankoop van een voertuig als de Vector werken de normsteller, de gebruiker en de projectorganisatie nauw samen,” geeft hij aan. Hierdoor krijgt ook het onderhoud expliciete aandacht bij de aankoop wat uiteraard van belang is voor de life cycle costs maar ook voor de inzetbaarheid van de voertuigen tijdens uitzending.
E-learning en 3D software
Onderhoud wordt binnen Defensie standaard op drie niveaus uitgevoerd: organic level maintenance (door de eenheden zelf, eventueel op uitzending), intermediate level maintenance (in de eigen werkplaats) en depot level maintenance (groot onderhoud dat vaak door de leverancier wordt uitgevoerd).
Voor de eerste twee vormen van onderhoud worden binnen Defensie eigen monteurs opgeleid waarbij gebruik wordt gemaakt van onder andere e-learning en door Defenture beschikbaar gestelde software die werkt met de technische (3D, Composer viewer) tekeningen.

Overste Derk-Jan Klompsma is commandant School Techniek en Onderhoud én commandant Regiment Technische Troepen en geeft aan: “Leerlingen kunnen alle onderdelen van alle kanten bekijken en via muiskliks dieper kennisnemen van bijbehorende eigenschappen, specificaties of andere zaken die specifiek voor het onderhoud van belang zijn zoals montage, demontage en smeren. 3D-visualisatie is belangrijk voor een goede bewustwording van de opbouw en de werking; zowel mechanisch als ten aanzien van bijvoorbeeld de CAN-bus en het motormanagementsysteem.”
Inzet virtual reality
Ir. Karin van Bodegraven, senior Innovatiemanager bij het Joint Informatievoorzieningscommando (JIVC) besluit: “Ook zal er in de toekomst worden gewerkt met virtual reality om nog beter en makkelijker (en uiteindelijk ook goedkoper) te leren waar de verschillende onderdelen in het voertuig te vinden zijn en wat de volgorde van handelen is bij onder meer (de)montage en onderhoud. Hiervoor hebben we het project ‘VOITURE’ opgezet.”
“We zitten hiermee nog in de analysefase, maar uiteindelijk willen we de nieuwste technische hulpmiddelen inzetten om in de opleidingen de leerlingen virtueel zo goed mogelijk het gevoel te geven dat ze ‘echt’ bezig zijn. Bijvoorbeeld oplossingen waarbij gebruik wordt gemaakt van hologrammen en kleding met bepaalde tactiele functies waardoor je bij werken in het luchtledige toch een bepaald gevoel ontwikkelt.”
“Maar voorlopig zullen de praktijklessen zeker nog blijven bestaan. Eenvoudigweg omdat we met deze moderne IT-middelen voorlopig nog niet in staat zijn om ook écht te kunnen laten ervaren hoe vast de moeren zitten, dat een voertuig dat net binnenkomt kokend heet is en hoe glibberig smeervet is.”
Auteur: Ing. M. de Wit-Blok


