Algemeen

Eerste plug-in hybride mobiele torenkraan

mobiele torenkraan
De City Boy is een grote torenkraan op een compacte onderwagen die onafhankelijk van een stroomnet op de bouwplaats emissieloos kan werken (foto: Bert Roozendaal)

Spierings Mobile Cranes uit Oss heeft de eerste plug-in hybride mobiele kraan ter wereld gebouwd. Hij levert meer bereik bij minder uitstoot. Spierings won zelfs de prestigieuze ESTA Award 2018 met zijn nieuwe 84 tonmeter City Boy torenkraan. De parallelle hybride aandrijving is dan ook best bijzonder te noemen. En dat een hydraulische pomp als retarder fungeert ook.

Wat de Oscars zijn in de filmwereld, is de ESTA-Award voor het speciaal transport en alles wat hijst. Spierings won de onderscheiding voor het meest innovatieve concept. Wat maakt de SK 487-AT3 City Boy nu zo bijzonder dat hele (internationale) kraanwereld zich daarover verbaast? Directeur Koos Spierings weet dat wel.

“Onze City Boy is grote torenkraan op een compacte onderwagen die onafhankelijk van een stroomnet op de bouwplaats emissieloos kan werken. Kraanbedrijven willen een zo compact mogelijke wendbare onderwagen met een zo hoog mogelijke toren en een zo lang mogelijke giek. Zo kunnen ze optimaal werken op krappe bouwplaatsen en in stedelijke omgevingen. En ze krijgen met steeds strengere milieueisen te maken. Daar geeft de City Boy het antwoord op.”

Hybride benadering

Toch werd de kraan aanvankelijk niet primair ontworpen om emissieloos te kunnen werken. “Wij zijn ‘leading’ in mobiele torenkranen in 21 landen. Dus heb je een naam hoog te houden. Maar acht jaar geleden zaten wij aan het einde van ontwikkelmogelijkheden van onze vorige drieassige kraan en wilden iets nieuws.

In die tijd speelde zero-emissie minder dan nu. Dus aanvankelijk keken we vooral naar betere hijsmogelijkheden. Gaandeweg werd het milieu steeds belangrijker en zaten wij met onze hybride benadering precies goed. Achteraf zijn we gewoon op tijd begonnen om daar nu een antwoord te hebben.”

Twee motoren

“De meeste kraanconcepten gaan uit van twee dieselmotoren. Eén om te rijden in de onderwagen en één voor de aandrijving van alle hydrauliek om te hijsen op het bovenstel. Die noemen wij dan ook de bovenmotor,” vertelt Spierings.

“Dat zijn veel componenten en dat kost ruimte. Daarbij moet de rijmotor aan de Euro-6 milieueisen voldoen. Voor de bovenmotor telt per oktober Stage-V. Dat betekent dus ook twee compleet andere uitlaatsystemen. Dan kom je al gauw ruimte tekort. Ook is bij de huidige concepten de hydrauliek voor het rijden en hijsen gescheiden en dus dubbel. Dat wilden we allemaal anders doen.”

Lees het volledige artikel over de hybride technologie van deze kraan in Aandrijftechniek van september 2018.

 

 

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven