Ga naar hoofdinhoud

Helft procesenergie uit eigen afval

Het Institut für Lebensmittel- und Umweltforschung (ILU) in Bergholz-Rehbrücke (bij Potsdam) en Görlitzer Korn-brennerei und Spiritusfabrik Bernhard Icking hebben een methode ontwikkeld voor de productie van ethanol uit granen met een aanzienlijk verbeterde energiebalans. Het was mogelijk om het vezelafval uit het destilleerproces zelf te verwerken tot korrels. Deze kunnen zelfs tot 48% van de benodigde stookolie vervangen, die nodig is voor de opwekking van warmte en stoom die op de locatie Seyda werd gebruikt voor ethanolproductie.

De destilleerderij in Görlitz vermaalt het graan niet in de gebruikelijke hamermolen, maar met behulp van een efficiënte walserij met drie paar walsen. In het project kwamen de praktijkmensen en de onderzoekers tot de conclusie, dat een hoog aandeel grof gemalen materiaal de opbrengst van ethanol niet verminderde. Het hoge aandeel grof materiaal is echter weer een voorwaarde voor het verkrijgen van zoveel mogelijk goed af te scheiden vezel materiaal uit de gemalen brei.

Het optimale proces bleek te bestaan uit het samenpersen met behulp van een schroefpers, dat veel efficiënter was dan de als alternatief geteste centrifuges, mede omdat de proteïnen voornamelijk in de dunne brei zitten dat als veevoer bruikbaar is. Na het daaropvolgende drogen in een trommeldroger werden de korrels in een conventionele pelletpers verwerkt.

Verbrandingsproces
Bij de analyse van het verbrandingsproces bleek, dat de verbrandings-waarde van de vezelkorrels vergelijkbaar is met die van hout- en strokorrels. Het asgehalte ligt, net als bij graankorrels, drie tot zes keer hoger dan dat van loof- en naaldhout, maar minder dan de helft van stro van graangewassen. Wel zijn stikstof- en zwavelgehalte beduidend hoger dan die van houtkorrels.

De restafvalkorrels kunnen worden gebruikt in verbrandingsinstallaties voor biomassa vanaf een vermogen van 100 kW, als de ketel tenminste voldoet aan de vergunning volgens de 4e BImSchV (Verordening voor de tenuit-voerlegging van de federale milieuwetgeving) en als de emissie-eisen van TA Luft (Technische Anleitung zur Reinhaltung der Luft) in acht worden genomen.

De verbranding in installaties met een vermogen lager dan 100 kW valt onder de vernieuwde 1. BImSchV en is momenteel niet zonder meer mogelijk. De eisen voor korrelvormige biobrandstoffen, die geen algemene brandstof zijn volgens 1. BImSchV, worden momenteel aangepast voor gebruik in kleine verbrandingsinstallaties en mogelijk in het voorjaar van 2012 gepubliceerd.

In principe heeft deze vorm van verbranding grote potentie om de energiebalans voor de productie van ethanol beduidend te verbeteren en zodoende een bijdrage te leveren aan de beperking van broeikasgas-emissies.

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven