Ga naar hoofdinhoud

Biobrandstof uit regenwouden versterkt klimaatverandering

De handel in biobrandstof stijgt sterk, mede door interventie in de industrielanden die hiermee hun CO2-uitstoot willen verminderen. Een internationale onderzoeksgroep (waaronder Hendrien Beukema en Lucas Reijnders) rekende onlangs in het tijdschrift ‘Conservation Biology’ echter voor dat dit sommetje hier niet zo gemakkelijk opgaat. Integendeel zelfs: tropische regenwouden zijn geweldige opslagplaatsen voor kooldioxide: ze filteren deze uit emissies en binden het.

In zuidoost Azië moet per jaar meer dan twee miljoen ha tropisch oerwoud wijken voor de aanplant van palmolie plantages. Bij het hakken en vooral bij het platbranden van het tropisch hout komt de opgeslagen kooldioxide in de atmosfeer en forceert de opwarming. Pas na 75 jaar, berekende de onderzoeksgroep, zouden de door het gebruik van biobrandstof gereduceerde koolstofemissies het verlies aan oerwoud compenseren. Als het oerwoud wordt ontgonnen, duurt het zelfs 93 jaar en bij koolstofrijk turfbos zelfs 600 jaar.

Heel anders is de verhouding, als biobrandstof op gedegradeerde grasoppervlakken wordt aangeplant, die geen vergelijkbare hoeveelheden kooldioxide opslaan. Daar zou al na tien jaar een positieve koolstof balans kunnen ontstaan. “Niet alleen het klimaat lijdt onder de ontginning van de regenwouden, ook de opbouw uit verschillende soorten wordt dan bedreigd”, aldus de onderzoekers.

Plantages verdringen regenwoud

De grote vraag naar biobrandstoffen geprezen als milieuvriendelijk alternatief voor de fossiele brandstoffen, duurt voort. Een van de belangrijkste bio-oliesoorten wordt gewonnen van de oliepalm, die juist in zuidoost Azië als belangrijkste cultuurplant is bestempeld. De plantages voor de winning van de plantaardige olie strekken zich daar al uit over 130.000 km², ongeveer 1/3 van de oppervlakte van Duitsland.

De onderzoekers hebben grote bedenkingen bij deze ontwikkelingen. Landen in Europa en Noord-Amerika subsidiëren de aankoop van tropische biobrandstoffen om de broeikasgassen uit het transport te reduceren. Maar terwijl deze landen zich druk maken om hun verplichtingen uit het Kyoto protocol na te komen, veroorzaken ze een hogere emissie in de tropische landen en zorgen er zo voor dat een andere overeenkomst, de conventie over de biologische veelvuldigheid, wordt gebroken.

Oliepalm plantages zijn volgens de onderzoekers geen alternatief voor het veelvoud van planten en dieren dat voorkomt in de tropische regenwouden. Op het eerste gezicht schijnen olieplantages rijk te zijn aan planten. Maar een vergelijking van de flora tussen regenwoud en plantage laat duidelijk zien dat het aantal soorten sterk vermindert’. Zo ontbreken bijvoorbeeld belangrijke plantengroepen als bomen, lianen, orchideeën en andere plannen op een plantage. Bosplanten hebben schaduw nodig en een ongestoorde omgeving om te overleven. Deze omstandigheden zijn in een zonovergoten plantage niet te vinden.

Duurzame biobrandstof productie

Wetenschappers roepen op tot een gemeenschappelijke ontwikkeling, met wereldwijde standaards voor duurzame productie van biobrandstoffen. De ontginning van de oerwouden moet dringend worden gestopt, ten gunste van het klimaat en een veelzijdigheid in planten en dieren. Biobrandstof plantages in de regio van het tropische woud zouden alleen moeten worden gehuisvest op gedegradeerde plaatsen van voormalig oerwoud of op grasvlakten.

U kunt hier het artikel Biofuel Plantations on Forested Lands: Double Jeopardy for Biodiversity and Climate bestellen.

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven