Over het smeren van mobiele machines – denk aan graafmachines, tractoren en wielladers – leven nogal wat misvattingen. De gevolgen ervan kunnen de portemonnee flink raken: verkwisting van dure smeermiddelen, een grotere slijtage, stilstand, een hoger energieverbruik. In dit artikel zetten we vijf veelgehoorde misvattingen op een rij en vertellen we natuurlijk ook hoe het écht zit.
Misvatting 1: vet is vet
Elke vetsoort heeft zijn eigen specificaties. Een lager of draaipunt dat weinig toeren maakt maar wel veel kracht te verduren krijgt, wordt het beste gesmeerd met een vetsoort van dikke olie met minder verdikker. Een lager dat hoog in toeren draait en heet wordt, kan het beste worden gesmeerd met vet bestaande uit dunnere olie en meer verdikker. Belangrijk: smeer altijd minimaal met de kwaliteit die de fabrikant adviseert.
DEZE ARTIKELEN over smering vind je vast ook interessant:
- Eisen servomotoren vragen om speciale kogellagers en smering
- Digitale manometer voor hydrauliek en smering
Misvatting 2: hoe donkerder de olie hoe smeriger
De kleur en kleverigheid van motorolie zegt lang niet alles over de kwaliteit. Het gaat om de hoeveelheid additieven in de olie en de mate van brandstofvervuiling. Richtlijn voor het vervangen van motorolie is het moment dat de fabrikant voorschrijft. Wordt de motor lichter belast dan normaal, dan kan de olie prima langer blijven zitten. Wordt ze zwaarder belast, dan moet ze eerder worden vervangen. Onderzoek van een oliemonster biedt inzicht.

Misvatting 3: eens per dag smeren is meer dan genoeg
De smeerinterval hangt af van het soort werk. Bij normaal gebruik is het verstandig minstens twee keer per dag te smeren: aan het begin van de dag bij de controle van de machine en halverwege de dag. Verdeel bij een lager zonder keringen het vet over beide smeerbeurten. Smeer bij een machine die zwaar wordt gebruikt vaker. Bij werk in het water moet er nog vaker gesmeerd worden: elke anderhalf tot twee uur voorkomt dat water en vuil in de lagers komen. Een goed gesmeerd lager zonder kering heeft een kleine vetbaard die stof en water buiten houdt.
Misvatting 4: vetten kun je gewoon door elkaar gebruiken
Tussen verschillende soorten vetten kan een chemische reactie ontstaan, waardoor het vet dun wordt en uit het lager loopt. Wordt dit te laat opgemerkt, dan draait het lager kapot.

Misvatting 5: bij het olie peilen letten op een daling
Een dalend oliepeil vraagt aandacht, maar een stijgend oliepeil zeker óók. Stijgt het motoroliepeil, dan is er waarschijnlijk sprake van koelvloeistof- of brandstoflekkage. Onderzoek van een oliemonster brengt de oorzaak in beeld. Stijgt het peil van de hydrauliekolie, dan is water de boosdoener. Voer het water af door de tank na een dag stilstand te draineren. Zo wordt roestvorming in het hydraulisch systeem en een slechte werking voorkomen.

