Eind januari verzamelden de wereldleiders zich in Davos tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum om uitdagingen in de energie- en milieusectoren te bespreken. In diezelfde week presenteerde Schneider Electric een nieuwe studie die aantoont dat de meeste bedrijven zich wel voorbereid voelen op een nieuwe energiemarkt, maar niet de nodige stappen zetten om hun energie- en duurzaamheidsprogramma’s te integreren en stimuleren.
Dit vals gevoel van veiligheid kan worden teruggevoerd op het besef dat de meeste bedrijven nog steeds de neiging hebben om energiebeheer en klimaatverandering conventioneel te benaderen. Bovendien wordt de innovatiekloof nog verergerd door de beperkte coördinatie tussen inkoop, productie- en duurzaamheidsafdelingen en inefficiënte data-acquisitie en -deling. 81 % van de bedrijven is begonnen met het verbeteren van de efficiëntie of planning, maar hooguit 30 % denkt aan nieuwe energiemogelijkheden zoals microgrids en vraagrespons.
Volgens een onderzoek onder 236 grote bedrijven met minstens $ 100 miljoen omzet over de hele wereld, zal 85 % van de respondenten maatregelen treffen om met CO2-reductieplannen concurrerend te blijven. De projecten die zijn geïnitieerd of nog in ontwikkeling zijn, zijn echter sterk gericht op het besparen van energie, water en afval. Nog maar weinig ondervraagde bedrijven zijn behalve met duurzame energie bezig met meer geavanceerd energie- en emissiemanagement.
Nieuwe energiemarkt
De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek zijn:
- 81% van de respondenten heeft maatregelen getroffen om het energetisch rendement binnen twee jaar te verbeteren of is dit van plan. 75% werkt aan het verminderen van waterverbruik en afval.
- 51% heeft al projecten voor hernieuwbare energie voltooid of gepland.
- Slechts 30% heeft energieopslag, microgrids of warmtekrachtkoppeling of een combinatie van deze technologieën geïmplementeerd of is van plan om dit te gebruiken.
- Slechts 23%van de respondenten beschikt over demand-respons-strategieën of voert die in de nabije toekomst in.
Volgens Jean-Pascal Tricoire, CEO van Schneider Electric, bevindt de manier waarop we energie verbruiken en produceren, zich in een veranderingsfase. “De bijna universele focus op energiebesparing is positief. Maar om te slagen en te groeien, is dat niet voldoende.
Bedrijven moeten zich voorbereiden op hun rol als actieve deelnemer op de energiemarkt. Ze moeten de voorwaarden scheppen voor het genereren van energie en voor interactie met het elektriciteitsnet, nutsbedrijven, partners en andere nieuwkomers. Degenen die nu niet handelen, verliezen de aansluiting.”
Belemmeringen
Interne afstemming blokkeert vaak de voortgang. 61% van de respondenten gaf aan dat de energie- en duurzaamheidsbeslissingen van hun bedrijf onvoldoende zijn afgestemd tussen hun teams en afdelingen. Dit geldt met name voor consumptiegoederen- en industriële bedrijven. Het gebrek aan samenwerking is ook een uitdaging, volgens hetzelfde aantal respondenten.
Een ander obstakel voor geïntegreerd energie- en koolstofbeheer werd gegevensbeheer genoemd. 45% van de respondenten zei dat bedrijfsgegevens sterk zijn gedecentraliseerd en op lokaal of regionaal niveau worden verwerkt. En van de mensen die ‘onvoldoende gegevensuitwisseling en projectevaluatie’ noemden als uitdaging voor afdelingsoverschrijdend werk, beheert 65% de gegevens op lokaal, regionaal of nationaal niveau in plaats van wereldwijd.
Ook vooruitgang
Meer dan 50% van de respondenten heeft binnen de komende twee jaar projecten op het gebied van duurzame energie opgezet of is van plan deze te ontwikkelen, met name in de gezondheidszorg (64%) en de sector consumptiegoederen (58%). Daarnaast zijn management en staffuncties sterk betrokken bij deze en andere op duurzaamheid gerichte programma’s. 74% zei dat leidinggevenden initiatieven op het gebied van duurzaamheid evalueren en dat dit werk een strategische prioriteit heeft.
Hoewel de terugverdientijd duidelijk een maat is voor energie- en duurzaamheidsinitiatieven, zien bedrijven investeringen steeds meer voor de langere termijn en als totaalpakket. Meer dan de helft van de respondenten gaf bijvoorbeeld aan dat milieueffecten zijn inbegrepen in het evaluatieproces. Een ander belangrijk aspect is bedrijfsrisico (39%).


