Ga naar hoofdinhoud

Eenheid bij indeling elektromotoren

Voorheen werd de efficiëntie van laagspanningsmotoren aangeduid met Eff1, Eff2 en Eff3 waarbij Eff1 voor de zuinigste motor staat. Om verschillende redenen voldoet dit (niet wettelijke) systeem voor mondiaal opererende bedrijven niet meer en is een Europese richtlijn opgesteld gebaseerd op de norm IEC 60034-30. Hiermee wil de Europese Unie voorkomen dat ineffi-ciënte motoren op de Europese markt worden verkocht en daarmee haar steentje bijdragen aan een lager energieverbruik en een lagere CO2-emissie. (foto: Siemens)

Tot voor kort implementeerde wereldwijd praktisch iedere regio zijn eigen norm ten aanzien van industriële asynchrone laagspanningsmotoren, bijvoorbeeld NEMA, EPAct, NRCan, CEMEP, Copant en AS/NZS. Dit maakt het voor producenten, machinebouwers en systeemintegratoren lastig om universele oplossingen te ontwerpen die wereldwijd aan alle normen vol-doen. Voor machinebouwers en gebruikers is het bovendien lastig om het rendement van verschillende motoren met elkaar te vergelijken.

Aanduiding

In de ‘oude’ CEMEP 2006 wordt het rendement aangegeven middels de aanduidingen Eff1, Eff2 en Eff3. Eff1 staat voor het hoogste rendement zodat het niet mogelijk was een logische klasse te creëren voor nóg zuiniger motoren. Bovendien is deze efficiëntieklasse niet internationaal erkend en niet verplicht.

De Europese Richtlijn EuP lost deze problemen op. De richtlijn is gebaseerd op IEC 60034-30 die voor de classificatie van het rendement van elek-tromotoren werkt met de klassen IE1 (standaard), IE2 (hoog) en IE3 (Premium). Niet IE1 maar IE3 vertegenwoordigt hier het hoogste rende-ment. Deze indeling biedt de mogelijkheid om in de toekomst door te groeien naar klasse IE4 of IE5. Daarbij is deze richtlijn wel verplicht én heeft zij betrekking op een grotere range motoren.

De oude Eff-reeks liep van 1,1 kW tot 90 kW en gold alleen voor twee- en vierpolige driefasenmotoren van 50 Hz. De nieuwe IE-reeks geldt voor driefasen kooiankermotoren voor 50 Hz of 60 Hz die ingedeeld zijn op basis van de continue werking (S1) met enkele snelheid, twee tot zes polen, een nominale spanning tot 1000 V en een nominaal vermogen van 0,75 kW tot 375 kW. De nieuwe standaard is grotendeels geharmoniseerd met andere normen zoals IEEE 112B en CSA C-390.

Gefaseerde invoering

De nieuwe richtlijn gaat officieel in op 16 juni 2011. Vanaf deze dag mogen in Europa geen laagefficiënte motoren (IE1 en lager) worden geplaatst. Alle nieuw geplaatste motoren moeten een efficiëntieklasse van minimaal IE2 hebben. Alle motoren die vóór deze datum in gebruik zijn, hoeven niet te voldoen aan de minimale rendementseisen. Wanneer ze defect raken, kan de eindgebruiker de motor over laten wikkelen of vervangen door een nieuwe. De aanschaf van een nieuwe zuiniger motor weegt op tegen een opnieuw gewikkelde motor, omdat de meerkosten ruimschoots worden gecompenseerd door de besparing op energiekosten.

Vanaf 16 juni 2011 moeten motoren minimaal voldoen aan het IE2 niveau. Vanaf 1 januari 2015 moeten motoren met een vermogen van 7,5 kW tot 375 kW minimaal voldoen aan IE3 niveau of IE2 in combinatie met een frequentieomvormer. Vanaf januari 2017 moeten motoren met een ver-mogen van 0,75 kW tot 375 kW minimaal voldoen aan IE3 niveau of IE2 in combinatie met een frequentieomvormer.

De nieuwe richtlijn geldt niet voor alle motoren die binnen de eerder genoemde specificaties vallen. Zie hiervoor het volledig artikel dat u vindt in het aprilnummer van Aandrijftechniek.

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven