Algemeen

Veiligheidswetten gaan van land naar zee

veiligheidswetten op zee
Pascal Jakobsen van Blof zong het al: de wetten van het land gelden niet op volle zee. Maar daar gaat verandering in komen (foto: Subsea 7).

Eind vorig jaar gaf Joël Smit (senior control systems engineer bij Subsea 7) voor brancheorganisaties Feda en FHI een aantal presentaties over de veiligheidseisen en -wetgeving voor machines in de offshore en maritime wereld. Momenteel zijn verrassend weinig veiligheidswetten van toepassing, maar daar gaat snel verandering in komen. Wees daar op voorbereid, was zijn duidelijke boodschap.

De belangrijkste eisen die een opdrachtgevers stellen, hebben vooral te maken met levertijd, beschikbaarheid en geld. Facetten als veiligheid en energieverbruik hebben in het verleden vaak niet veel focus gehad. Maar met name het aspect veiligheid begint snel aan belang toe te nemen. Niet alleen omdat de internationale wetgeving de komende jaren zal worden aangescherpt, maar ook omdat het besef doordringt dat meer veiligheid ook betekent: meer productietijd en minder kosten.

Toen hij zich verdiepte in de veiligheidswetten die van toepassing zijn voor werktuigen en machines die in de offshore worden toegepast, constateerde Smit tot zijn verbazing dat er bijna niets echt vastlag. De Europese Machinerichtlijn en de Maritieme Richtlijn zijn niet van toepassing voor machines die aan dek staan.

De Europese Commissie ging er in het verleden van uit, dat de Maritime Organisation (IMO, agentschap van de Verenigde Naties) de wetgeving met betrekking tot machineveiligheid op zich zou nemen. De IMO heeft echter geen vergelijkbare richtlijnen voor de zeevaart opgesteld.

Aanscherping veiligheidswetten

Zowel de Europese Commissie als de IMO vindt de huidige situatie niet wenselijk. In hun volgende richtlijnen en veiligheidswetten zullen dekapparatuur en andere machines aan boord van schepen en platforms wel onder veiligheidsrichtlijnen gaan vallen, waarmee de huidige ontheffingen en uitzonderingen komen te vervallen.

Grote verzekeringsmaatschappijen en certificeringsinstanties kunnen aanvullende eisen stellen. Maar verzekeraars verzekeren alleen totale schepen, niet de machines die daar op staan. Eisen en keurmerken van certificeringsbureaus gelden vaak alleen als een machine integraal onderdeel is van het schip. Certificatie is overigens de keuze van de eigenaar van een installatie of schip, geen wettelijke verplichting.

Onder druk van maatschappelijke ontwikkelingen (veiligheid voor mens, installaties en milieu) en de grote belangen die gepaard gaan met olie- en gaswinning op zee en met energie- en informatietransport via de zeebodem, is de wetgeving langzaam onderhevig aan verandering.

Dergelijke processen vereisen zorgvuldigheid omdat de materie complex is en de juridische en financiële gevolgen enorm kunnen zijn (denk hierbij aan internationale concurrentie-ongelijkheid). De laatste versies van diverse normen en Richtlijnen stellen echter al scherpere eisen aan veiligheid dan voorheen.

Afwachten of proactief handelen

Kan een bedrijf dat actief is in de maritieme wereld of offshore zich veroorloven te wachten tot ‘Functional safety’ wettelijk verplicht wordt? Het antwoord van Smit is even kort als duidelijk: nee. “Over een paar jaar is scherpere wetgeving realiteit. Ik adviseer iedereen nu al te beginnen met het toepassen van veiligheidsnormen, verplicht of niet. Begin nu en bouw kennis en ervaring op, dan word je niet verrast als die veiligheidswetten van kracht worden.”

Het volledig artikel vindt u in het maart-nummer van Aandrijftechniek. Hier vindt u ook een overzicht van de meest recente en te verwachten normen en standaards op het gebied van machineveiligheid voor maritieme en offshore installaties.

 

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven