Algemeen
drone redt ree
Dr. Christian Thiel van de Uni Jena met de oktokopter. Tijdens het overvliegen opgenomen foto’s kunnen onder andere informatie geven over de hoogte van de planten en het oppervlak (foto: Sina Truckenbrodt/FSU)

Wetenschappers van de afdeling ‘onderzoek op afstand’ van de universiteit Jena, hebben de ligplaatsen van jonge reeën vastgelegd met behulp van een drone en dit medegedeeld aan de boeren van de Geratal Agrar GmbH en Co. KG Andisleben. Dr. Christian Thiel vloog met een oktokopter, een drone met acht propellers, over een gebied van 200 × 700 m, waarbij het landschap werd gefotografeerd.

Wetenschappelijk medewerker Sina Truckenbrodt evalueerde de data en maakte daarbij de aantekening van 8 jonge reeën. “Het blijft moeilijk om de dieren in het dichte groen nauwkeurig te lokaliseren”. Toch is het extra werk door de boeren op prijs gesteld. Het zoeken naar jonge reeën is eigenlijk een neveneffect van het huidige onderzoek.

Geografen van de Friedrich-Schiller-Universität Jena testen een systeem voor biosfeer-onderzoek per satelliet.
Als in mei de weilanden sappig zijn en de kruiden vol in bloei staan, brengen de reeën hun jongen ter wereld. Als de moeder voedsel zoekt verschuilen de jongen zich in het hoge gras, om niet op te vallen voor roofdieren. Een gedrag, dat menig jong noodlottig wordt, zodra weiden en velden machinaal worden gemaaid.

Onderzoek vegetatie met drone

Onder leiding van prof. dr. Christiane Schmullius werkt Truckenbrodt aan het project EO-LDAS, waarbij de vegetatie op het aardoppervlak door satellieten onder de loep wordt genomen. EO-LDAS betekent ‘Earth Observation – Land Data Assimilation System’, een nieuw proces, waarmee tot 11 parameters uit de satellietbeelden kunnen worden afgeleid voor de vegetatie en de bodem. Het uitgangspunt wordt gevormd door een wiskundig model, dat door een onderzoeksgroep rond prof. dr. Philip Lewis van het University College London in samenwerking met prof. Schmullius in 2012 is ontwikkeld. “Wij kunnen met EO-LDAS uit de opnames van de satelliet bijvoorbeeld de groeihoogte van planten, het chlorofylgehalte van de bladeren en de vochtigheid van de bodem afleiden”, zegt Sina Truckenbrodt. Voor de uitwerking werd het kleurenspectrum van de satellietbeelden gebruikt. Zo geeft de kleur van de bodem informatie over het vochtgehalte.

Net satellietopnames

Het wiskundige model is een prototype. Daarom worden vergelijkende data in het veld verzameld, om te testen of het systeem in de praktijk deugt. De vluchten van de drone, waarmee de wetenschappers op geringe hoogte referentie data verzamelen, worden vergeleken met de satellietopnames. Het doel is om de mogelijkheden van het systeem te verkennen en zwakheden bloot te leggen.

De oktokopter-drone komt van het project TerraSensE, waarin de afdeling remote sensing van Jena participeert. In dit deel van het project ‘Terrestrische Sensorik für hochaufgelöste Analytik von Erdoberflächenprozessen’ (TerraSensE) gaat het eveneens om de verbetering en verwerking van data, waarmee de biosfeer wordt onderzocht.

Hulp boeren

Op satellietbeelden komt een pixel bijvoorbeeld overeen met een aardoppervlak van 6,5 × 6,5 m. Bij diverse satellieten is die oppervlakte nog groter tot wel 30 x 30 m. Voor de exacte beoordeling en de vergelijking met de data uit vluchten met de drone worden de velden voorzien van markeringen. De wetenschappers van de universiteit Jena zijn daarom aangewezen op de hulp van de boeren. Het aangeven van de rustplaatsen van de reeën vormt daarbij een klein dankjewel voor de goede samenwerking met de boeren en zeker ook voor de levensvreugde van de reeën en hun nageslacht.

 

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven